Een tijdje was alles wel in de vip bar maar geluk duurt nooit lang als de whisky gratis is. Kurt, normaal niet echt een flirt, had het letterlijk op z'n heupen gekregen en de trok de barvrouw achter de whisky vandaan om haar even te leren tangodansen. "Kan jij dansen?" vraag ik verbaasd, terwijl Joris giechelend het resterende geheugen van z'n camera volschiet. Hij antwoordt niet maar sleurt de dame heel de kamer door. Hij kijkt haar diep in de ogen, ernstig maar kalm, en geen moment dwaalt zijn blik af. De barvrouw verzet zich niet, integendeel, als Kurt haar achterover laat zakken sluit ze haar ogen en zucht ze met stokkende adem. Zo gepassioneerd als het tweetal door de ruimte schuift, zo blij is Joris met de kwaliteit van zijn foto's. "Hun geadopteerde kinderen zullen elke verjaardag met het fotoboek van deze reportage aan komen zetten!" Ik knik instemmend. "Zeker man, dit is honderd procent World Press materiaal. Nu alleen nog de zoen en het sprookje is af." Deze bekroning zal er echter nooit van komen.
Ongetwijfeld aangetrokken door het lawaai komt er een man de ruimte binnenrennen die na een paar seconden van stilte tegen onze barvrouw begint te tieren. "Franny! Waar ben je in hemelsnaam mee bezig!?" Ze kijkt verschrikt op maar laat Kurt niet los, die enkel zijn hoofd draait en de stilzwijgend de nieuwkomer opneemt. De man gaat door met zijn tirade tegen Franny, waarin hij over ons praat alsof we er niet bij staan. Het wordt als snel duidelijk dat hij de manager is, wij hier niet gewenst zijn en zij waarschijnlijk ontslagen wordt. De manager doet erg zijn best om zijn punten zo vervelend mogelijk te articuleren en de sfeer wordt met elk woord grimmiger.
"Deze jongens hebben tenminste lol, wat ik niet van dat zooitje kouwe kak beneden kan zeggen!" Franny's dappere poging de situatie goed te praten maakt de manager alleen nog maar kwader. "Welja, dit soort lui doen alles voor een drankje, en jij ook zo te zien!" Ze kijkt met een vertrokken gezicht weg maar zegt niks. Plots breekt Kurt uit zijn stille pose en stormt hij op de manager af, die verschrikt naar achter stapt. Hij stopt op een centimeter afstand en even lijkt de tijd stil te staan. De man slikt en iedereen houdt zijn adem in.
"Cockblocker"
Hierna draait hij zich om en loopt met een verrassend ontspannen pas de deur uit. Joris lacht, flitst de arme man recht in het gezicht en waggelt grinnikend achter Kurt aan. "Niet oke man" bijt ik de manager toe en salueer Franny, waarna ik mijn companen achterna ga die inmiddels een verdieping lager staan. Ze wenken me allebei dringend en pas als Joris naar boven wijst begrijp ik waarom. Kurt, Captain Drunk voor vrienden, zag misschien zijn amoreuze overwinning verloren gaan maar realiseerde zich ook op tijd dat we ons op dun ijs hadden begeven. Zijn confrontatie met de manager was dreigend genoeg om de manager even te laten beven maar niet zo heftig dat hij de politie zou inschakelen. Elke seconde die de man bijna in z'n broek pist moeten we benutten om op te gaan in de menigte. Opeens moet ik heel hard lachen en klop Kurt op zijn schouder.
"Prachtige uitvoering Captain, ik was even bang dat je de man ter plekke zou villen."
"Ik krijg hem nog wel, dit is niet voorbij." Kurt kijkt opeens pijnlijk. "Wat hij heeft stukgemaakt.."
Joris wil iets zeggen maar ik schud m'n hoofd en duw ons dieper de menigte in. Kurt herpakt zich en leidt de weg. Terwijl we ons door de steeds heftiger zwetende mensenmassa wurmen komt Joris dichterbij en kijkt me vragend aan. "Emoties, te veel en te heftig voor een ruimte als dit. Beter komt dit later." Joris moet er even over nadenken maar knikt daarna instemmend.
Door dit kleine onderonsje letten we niet op waar we heengaan en ik pas als het lopen opeens heel makkelijk gaat kijk ik om me heen. Ik sta niet meer tussen de mensen, maar op een lege plek, en iedereen staart me aan. Of niet? Ik zie Joris "dude!" zeggen zonder het uit te spreken terwijl hij heftig wijst naar iets wat achter me gebeurt. Ik draai me om en doe net op tijd een sprong naar achter. "JESUS!"
De hoofdact van de avond zijn drie clowns in gele pakken, op stelten, die als een trio groteske Tyrannosaurussen door het publiek lopen. "Wie verzint zoiets?!" roep ik terwijl een van de figuren me bijna omver loopt. Ik sta nog steeds bevroren als het gedrocht voorover buigt en tegen me begint te praten. Het is een taal die ik niet versta of ook maar kan plaatsen. De situatie wordt onhoudbaar en ik begin paniekerig om me heen te kijken. In mijn ooghoek zie ik Kurt en Joris zich een weg banen door de mensenmassa en ik spring erachteraan. Al snel heb ik ze ingehaald en grijp ze bij hun arm.
"Waar gaan jullie heen?"
Kurt schudt zijn hoofd. "Overal behalve hier!" Joris knikt instemmend. Angst dreigt zich meester van ons te maken.
Niet iedere man krijgt in zijn leven een kans om te laten zien wat hij waard is, of schat deze te laat op waarde. Anderen ontkennen het simpelweg en kiezen voor een leven dat hen nooit zal testen. Hun bestaan wordt slechts een capsule die langzaam maar zeker richting de dood stort, en waarvan de wrakstukken volledig zullen opbranden zonder ooit een spoor na te laten. Voor hen die wel in het moment zitten is dit de plaats en tijd waar hun ziel, inclusief al het littekenweefsel, wordt gewogen. Voor wie tekortschiet volgt eeuwige duisternis waartegen geen enkele religie helpt, al zullen velen het proberen.
Zo zal het mij niet vergaan. Geen toekomstig historicus zal over mij oordelen dat Hilversum, fucking Hilversum, mijn Waterloo werd. Mijn kansen lijken gering maar ineens komt alles, van de kwaliteit van de lucht tot de stand van de planeten, samen in een moment van absolute overtuiging.
"Dit is geen moment voor paniek, damnit! Ik heb een plan, volg mij!" Kurt en Joris stribbelen slechts lichtjes tegen als ik ze de wc induw.
Deel 3 volgt
Geen opmerkingen:
Een reactie posten