donderdag 16 september 2010

pagina 4

“Je moet daar echt mee ophouden.”
“Kap nou es met janken over die bierdopjes man! Al die tandenknarsende mensen lopen toch ook niet massaal met een kunstgebit? Dan overleef ik dit ook wel.”
“Sowieso geloof ik nooit dat jij je verdiept hebt in de statistieken over tandheelkunde. Je probeert gewoon jezelf te overtuigen dat je geen tandarts nodig hebt, ooit. Het is escapisme en door middel van dit zelfdestructieve gedrag ga je een valse confrontatie met deze angst aan. Hoe eerder je het opgeeft, hoe beter!”
“Kan ik je dan echt geen vijf minuten alleen laten? Heb je snel een lijntje gedaan met dat vage kereltje of gewoon weer gedacht dat een boterhammetje wel een goeie bodem voor de avond was?”
“Je zou beter moeten weten dan dat ik na het green dragon-incident ooit nog met lege maag de deur uitga. Maar ik word er gewoon ongerust van, ben je al vergeten wat er met Gregor is gebeurd?”
“Je bedoelt die stoner uit Peru? Dat was een auto-ongeluk lul!”
“Paraguay kwam ie vandaan, maar daar schiet je apenbrein niet eens het hardst de fout in. Hij had inderdaad een auto-ongeluk maar dat was een slappe confrontatie met een paaltje nadat hij de bocht iets te ruim had genomen. Echter ging hij net hard genoeg om met z’n stonede kop tegen het stuur aan te knallen waardoor een van zijn tanden afbrak. Dit schoot hem letterlijk in het in verkeerde keelgat en hij is gestikt in zijn eigen tand. Bizar maar dit soort dingen gebeuren en jij kan de volgende zijn.”

Berend lijkt oprecht geschrokken van deze anekdote en terecht. Voor zover ik me kan herinneren is het in ieder geval gedeeltelijk waar en zelfs de meest verdorven fictie kan niet op tegen de gruwelen die het alledaagse leven voortbrengt. Veel tijd om van deze overwinning te genieten heb ik echter niet. Om ons heen vinden allerlei vormen van escalatie plaats. Mensen beginnen tegen elkaar op te dansen terwijl ze met hun hoofd duidelijk in een andere dimensie verkeren. Anderen proberen tegen de muur te leunen maar glijden steeds weg doordat hun lichaam ongecontroleerd beweegt op een ritme dat ik met geen mogelijkheid kan terugvinden in de muziek. Dit is slechts wat ik kan zien, het valt slechts te raden wat er zich afspeelt in de donkere hoekjes en verborgen kamers die dit pand ongetwijfeld herbergt. Berend kijkt me aan maar we hoeven het geen van beiden uit te spreken; dit is zo’n feestje waar iedereen wel eens over hoort via een vriend van een vriend, maar zelf niemand ooit is geweest. En wij zitten er middenin!

Opeens wordt er zoveel duidelijk. Dat rare mannetje met zijn zorgen over broeken was een pionier en liep qua tempo wat voor op de rest van het feest. De vondelingen in de gang probeerden mee te doen maar haalden het niet. Nu is het vuur in de menigte ontwaakt en wij staan voor een keuze. We kunnen proberen het pand te ontvluchten maar dat lijkt me een hachelijke onderneming. Wie weet wat voor barbariteit er ontstaan is in de gang naar de deur? Degenen die daar zich hadden onttrokken van de rest hebben gefaald en dat weten ze. Ze zullen bloeddorstig zijn en elk die probeert te passeren naar de hielen happen. We zullen het op z’n minst tot zonsopgang moeten volhouden hier.

Terwijl ik deze gedachten probeer te sorteren, om ze ooit te kunnen verfilmen, komt er vanuit het diepste van mijn brein een noodsignaal. De boodschap kan ik allang niet meer exact interpreteren maar de strekking is duidelijk: de escalatie vindt nu zowel binnen als buiten mijn schedelpan plaats. Mijn brein voelt aan dat het snel aan rationeel vermogen inboet en treft de laatste maatregelen voordat de vloed komt. Wat? Een of andere esoterische drug, toegediend…hoe? Vloeibaar..wanneer? Kut. Quasimodo die met de biertjes kwam aanzetten! Nee wacht, die zaten nog dicht…maar de sap waarmee we de gin aanlengde niet! Verdammt, dat mannetje probeerde ons nog te waarschuwen toen hij flesjes met dop uitdeelde. Seconden na deze conclusie stappen al mijn zintuigen in dezelfde achtbaan en kan ik mij enkel nog concentreren op de knipperende spotlight, die groene waar ik me de hele avond al zo aan irriteerde.

maandag 17 mei 2010

pagina 3

Ondanks het slechte omen in de gang klauteren we verder de gang in, letterlijk naar het licht aan het einde van de tunnel. Berend is zichtbaar ongerust geworden en steekt uit voorzorg een sigaret op. "Laten we het er maar op wagen" zegt hij en ik duw na een diepe zucht de deur open. Het eerste wat opvalt is dat het binnen nog donkerder is dan op de gang. Enkel een paar provisorische discolampen maken een grote mensenmassa zichtbaar, veel meer dat ik had verwacht aan te treffen. Terwijl ik me afvraag hoe ze in godsnaam een ruimte van dit formaat achter zo’n klein geveltje krijgen duwt een klein mannetje twee euroshopper biertjes in m’n handen.

“A-a-alsjeblieft! Ze zijn heerlijk koud!”
Zijn gestotter wordt verklaard als ik in zijn ogen kijk, hij heeft pupillen groter dan de doppen die op het zojuist verkregen biertje passen.
“Thanks gast, leuk feestje hier.”
“Ja..” even draait zijn linkeroog onafhankelijk van de rechter een rondje “ik kom hier wel vaker, laatste tijd niet zo vaak alleen.”
“Oh..ik wist niet dat dit een standaard avond was.”
“Ja man, zeker wel!”
Hij draait zich om en kijkt om zich heen alsof hij ergens naar op zoek is. Ik kan wel een aantal dingen verzinnen die hij op dit moment mist maar betwijfel of hij daar zelf erg in heeft op dit moment. Dan opeens kijkt hij me weer strak aan.

“Zorg dat ze niet je broek krijgen! Echt, ik loop je niet te flessen!”
En weg is ie. In mijn gedachten loop ik het gesprek nog een paar keer na, dit kan ik toch niet goed hebben verstaan? Mezelf verzekerend dat dit zeker niet het vreemdste is wat iemand ooit tegen me heeft gezegd zoek ik Berend op, hij kan het bier vast wel gebruiken.
Ik tref hem aan op exact dezelfde manier zoals hij altijd te vinden is, hangend aan de bar, loerend naar wiet en drank. Hij is net zo voorspelbaar in de manier waarop hij het biertje opent, namelijk met zijn kiezen, wetend dat ik er slecht tegen kan. Pijnlijker dan mijn grimas zal de noodlottige dag zijn dat deze gewoonte en zijn tandartsfobie elkaar kruisen, mijn toekomstige overwinning bezegeld met chroom en veel tranen.

woensdag 13 januari 2010

pagina 2

Fashionably late is de term die je gebruikt als op een tijdstip arriveert waarvan je zeker weet dat je je niet meer hoeft voor te stellen aan een kringetje mensen dat nog ongemakkelijk staat te dansen zodat je kan doen alsof je hier zoveel vrienden hebt dan verdere introductie overbodig is en meteen kan opgaan in de menigte.
Gezien we min of meer onszelf hadden uitgenodigd en de voorgenoemde bijdrage de rode loper niet zou doen uitrollen was voor eenen arriveren sowieso taboe. Het risico dat alles behalve bier of rode Martini dan al op was nemen we dan maar voor lief en gehuld in anonimiteit maken we klokslag 01:17 entree.
De rook hangt al dik in de gang en het eerste wat ik zie is een meisje in een gerafelde maillot, opgerold in een sweater die gezien de maat onmogelijk van haar kan zijn. Bij nader inzien misschien de maillot ook niet? Ze ligt erbij alsof ze vanuit een circuskanon tegen de muur is geschoten. Bij het dichtslaan van de deur schrikt ze wakker en kijkt op, het lijkt alsof ze probeert te praten maar dat kan net zo goed een bijwerking van wat ze dan ook heeft gebruikt zijn. Met haar waterige ogen kijkt ze me aan en haar blik vult me met wanhoop. "We zijn te laat" mompel ik en Berend knikt instemmend.
Voor een moment overweeg ik naar haar toe te gaan om te suggereren dat ze misschien naar huis moet maar ze valt weer terug in een catatonische toestand. Achter haar verschijnt een jongen met driedubbele wallen onder zijn ogen die zich over haar ontfermt, waarschijnlijk wil hij op dit moment vooral zijn trui terug.

zaterdag 12 december 2009

Op een avond

"Beter dat we meteen de gin zoeken, des te eerder kunnen we levelen met de mensen om ons heen."

Je hersens zo snel mogelijk uitdrogen, als dat nodig is om deze avond te laten slagen dan wordt het inderdaad gin. Met Ice Tea het liefst, maar de kans is klein dat we een pak Pickwick daar zullen aantreffen. Zelf hadden we slechts een sixpack AH pilsner bij ons, een schamele bijdrage gezien de hoeveelheid alcohol die we van plan waren te gaan consumeren. Ik stelde nog voor op z'n minst Amstel te kopen maar Berend merkte terecht op dat we dan geen geld meer voor sigaretten zouden hebben en met de vijf verfrommelde peuken die we nog hadden haal je natuurlijk het einde van de avond niet.
Waarom ik het uberhaupt voorstelde weet ik niet, het was immers mijn eigen filosofie dat sigaretten oneindig waardevoller zijn dan bier. Om half twee 's nachts maakt het namelijk niemand meer uit wat voor lauwe pis ze drinken maar als dronken gelegenheidsrokers (eufemisme voor aasgieren) eenmaal aan het bietsen slaan gaat het snel met de beschikbare sigaretten. Om dan nog voorraad te hebben maakt je een machtig man, misschien zelfs wel geliefd. Achteraf gezien wist ik misschien al wat voor misdaden ik zou begaan die avond en was de intentie meer dan het minimale bij te dragen een soort van boetedoening. Of niet.

Meer volgt.

maandag 3 maart 2008

Kom Maar Op

Gewaagder dan Rouwvoet in de slaapkamer, vetter dan het haar van een Poolse kapper en opwindender dan Turks Fruit toen je het las op je 13e. De overstap van de deceptie die Hyves heet is een feit, misschien dat ik nu vaker dan om het jaar iets schrijf.. en wie weet leest iemand het nog ook!