Eenmaal binnen gooi ik
snel de deur dicht en met mijn rug tegen de deur zak ik opgelucht naar de
grond. Heel even is het stil en ik sluit mijn ogen. Ik denk even aan hoe fijn
het zou zijn als ik zo thuis wakker zou worden, desnoods op de bank. Joris helpt
me snel uit de droom.
"Waarom zijn
we hier? Het is hier koud..en het stinkt naar wc eend!" Kurt knikt hevig
en kijkt me vragend aan. Ik pak ze allebei bij hun kraag en trek ze naar me
toe.
"Precies! Er is maar
één uitgang..en dus ook maar manier hoe ze kunnen binnenkomen." Ik
laat ze even los en wijs naar de deur, waarna ik nog iets dichterbij kruip.
"Daar...where
their numbers count for nothing.."