Eenmaal binnen gooi ik
snel de deur dicht en met mijn rug tegen de deur zak ik opgelucht naar de
grond. Heel even is het stil en ik sluit mijn ogen. Ik denk even aan hoe fijn
het zou zijn als ik zo thuis wakker zou worden, desnoods op de bank. Joris helpt
me snel uit de droom.
"Waarom zijn
we hier? Het is hier koud..en het stinkt naar wc eend!" Kurt knikt hevig
en kijkt me vragend aan. Ik pak ze allebei bij hun kraag en trek ze naar me
toe.
"Precies! Er is maar
één uitgang..en dus ook maar manier hoe ze kunnen binnenkomen." Ik
laat ze even los en wijs naar de deur, waarna ik nog iets dichterbij kruip.
"Daar...where
their numbers count for nothing.."
Wederom een moment van
stilte voordat Joris heftig begint te gebaren.
"We moeten ook weer
door die deur naar buiten!"
Even verbaast het me dat
Joris niet overtuigd is maar al snel begint het te dagen dat dit plan inderdaad
niet waterdicht is. Toch blijf ik bij mijn keuze.
"Luister, we zijn duidelijk op een of ander
heksensabbat beland...wie weet met mensenoffers en alles. Het leek mij handig
niet middenin de belangstelling te staan, voor wij het hoofdmenu worden."
Kurt lijkt het te begrijpen. "Het is ook beter, maar we kunnen hier niet
lang blijven. Laten we een moment op krachten komen, ik ben godverdomme kapot!"
Joris en Kurt zakken ook naar de grond en iedereen
lijkt naar comfort op de koude vloer te zoeken. Kurt drukt zijn gezicht tegen
de tegels van de muur terwijl Joris voorover rolt. Zelf stroop ik mijn mouwen
op en beweeg mijn onderarmen over de vloer. Niemand zegt iets en een enkele
moeizame zucht is het enige dat boven de ruis van deze ruimte uitkomt. Waar
komt dat geluid toch vandaan, vraag ik me af. Ventilatie? Of onze hartslag?
"Dat is echt debiel.." denk ik, zonder door te hebben dat ik het
hardop zeg. Kurt kijkt op en kucht zacht. "Wat?" Er volgt geen
antwoord maar iedereen lijkt weer even bij. We kijken naar elkaar, de vloer en
daarna weer naar elkaar. Niemand hoeft het uit te spreken maar Joris doet het
toch. "We zijn echt de lul..dat stelletje
hyena’s heeft dit allemaal tot in de details voorbereid, ik weet niet hoe we
ons hieruit gaan redden..’ Kurt bijt op zijn lip en knikt instemmend.
Het is weer even stil
totdat Joris moet hikken en ons daarna grijnzend aankijkt. ‘Wacht..ja..ja’
mompelt hij terwijl hij woest in al zijn zakken graait. Kurt kijkt me vragend
aan en ik zwaai m’n voet voor Joris zijn gezicht. ‘Waar heb je het over? Dit is
ernstig gast, wie weet liggen we hier over vijf minuten te spartelen in een
cocktail van onze eigen lichaamssappen. Ze eten ons schuimbekkend en al op!’
Hij gaat
onverstoorbaar verder tot er iets uit zijn kontzak valt. Hij raapt het op en
lacht triomfantelijk terwijl hij een wit
envelopje omhoog houdt. “Grunge gaat nooit verloren!”
Natuurlijk!
Ik steek van opwinding snel een sigaret
op terwijl Joris ongeduldig met zijn fietssleutel in het pakje roert. ‘Geen
idee wat ze ons gevoerd hebben dus beter dat we een goede dosis antigif nemen...’
Zodra hij genoeg heeft opgegraven wordt zijn motoriek meer beheerst en bijna
plechtig steekt hij de sleutel in z’n neus. Content gooit hij het pakje naar
Kurt, wiens tegenzin van zijn gezicht af te lezen maar hij beseft dat dit niet
het moment is om vast te houden aan principes. Hij gromt even, houdt het pakje
op z’n zij en duwt een bestoven handpalm tegen zijn neus. Hij sluit even zijn
ogen, haalt diep adem en zegt iets tegen zichzelf. Ik kan het niet verstaan
maar neem de envelop van hem aan. Snel verdeel ik de rest van de envelop over
mijn knokkels. De blinkende tegels echoën mijn gesnuif en er dwarrelt wat
verdwaald poeder naar de koude vloer. De angst van eerder is nu verdwenen en
met grimmige gezichten kijken we elkaar aan.
"Melty
geef me een sigaret!" Ik duw Kurt mijn laatste Lucky in de mond en zweetdruppels
vormen op zijn voorhoofd terwijl ik hem ook een aansteker geef. We krabbelen half
overeind en leunend tegen de muur gaan we naar uitgang. Kurt en ik barricaderen
de deur terwijl Joris de flitser van zijn camera gereed houdt. Kurt
knikt, Joris steekt zijn hand in zijn broek. "Hij is ijskoud!" Meer
hoef ik niet te weten, we zijn er zo klaar voor als dat we ooit zullen zijn. De
deur vliegt open en Joris springt naar voren, camera eerst. Snel duiken Kurt en
ik ook naar buiten om zijn flanken te dekken.
De verwachte confrontatie met de
menigte blijft echter uit aangezien er niemand te zien is. De zaal die - zo
leek het - net nog gevuld was met een vijandige menigte is nu helemaal leeg.
Als bevroren staan we daar, doodstil. Joris flitst eenmaal maar er verandert niets.
Als bevroren staan we daar, doodstil. Joris flitst eenmaal maar er verandert niets.
"Ik begin een patroon van
futiliteit in al ons gedrag op deze avond te zien." Mijn constatering
wordt met stilte bevestigd. Kurt is de eerste die zich beweegt “Volgens mij
doen we er goed aan gewoon weg te gaan hier” zegt hij terwijl hij ons zacht
doch dwingend naar voren schuift. Ook deze opmerking vindt geen weerspraak en
knikkend begeven we ons naar de hoek waar de garderobe zou moeten zijn. Nog voordat
we bij onze jassen aankomen merk ik al dat Joris steeds onrustiger begint te worden.
Hij smakt hard en heeft het steeds over ‘hoe chill trekdrop wel niet zou zijn
nu’.
Het concluderende deel 4 is in behandeling
Geen opmerkingen:
Een reactie posten