Pagina's

maandag 14 juli 2014

De Vorstin Gekroond - Deel 3


Eenmaal binnen gooi ik snel de deur dicht en met mijn rug tegen de deur zak ik opgelucht naar de grond. Heel even is het stil en ik sluit mijn ogen. Ik denk even aan hoe fijn het zou zijn als ik zo thuis wakker zou worden, desnoods op de bank. Joris helpt me snel uit de droom.
"Waarom zijn we hier? Het is hier koud..en het stinkt naar wc eend!" Kurt knikt hevig en kijkt me vragend aan. Ik pak ze allebei bij hun kraag en trek ze naar me toe.
"Precies! Er is maar één uitgang..en dus ook maar manier hoe ze kunnen binnenkomen." Ik laat ze even los en wijs naar de deur, waarna ik nog iets dichterbij kruip.
"Daar...where their numbers count for nothing.." 


Wederom een moment van stilte voordat Joris heftig begint te gebaren. 
"We moeten ook weer door die deur naar buiten!" 

Even verbaast het me dat Joris niet overtuigd is maar al snel begint het te dagen dat dit plan inderdaad niet waterdicht is. Toch blijf ik bij mijn keuze.
"Luister, we zijn duidelijk op een of ander heksensabbat beland...wie weet met mensenoffers en alles. Het leek mij handig niet middenin de belangstelling te staan, voor wij het hoofdmenu worden." Kurt lijkt het te begrijpen. "Het is ook beter, maar we kunnen hier niet lang blijven. Laten we een moment op krachten komen, ik ben godverdomme kapot!"
Joris en Kurt zakken ook naar de grond en iedereen lijkt naar comfort op de koude vloer te zoeken. Kurt drukt zijn gezicht tegen de tegels van de muur terwijl Joris voorover rolt. Zelf stroop ik mijn mouwen op en beweeg mijn onderarmen over de vloer. Niemand zegt iets en een enkele moeizame zucht is het enige dat boven de ruis van deze ruimte uitkomt. Waar komt dat geluid toch vandaan, vraag ik me af. Ventilatie? Of onze hartslag? "Dat is echt debiel.." denk ik, zonder door te hebben dat ik het hardop zeg. Kurt kijkt op en kucht zacht. "Wat?" Er volgt geen antwoord maar iedereen lijkt weer even bij. We kijken naar elkaar, de vloer en daarna weer naar elkaar. Niemand hoeft het uit te spreken maar Joris doet het toch. "We zijn echt de lul..dat stelletje  hyena’s heeft dit allemaal tot in de details voorbereid, ik weet niet hoe we ons hieruit gaan redden..’ Kurt bijt op zijn lip en knikt instemmend.

Het is weer even stil totdat Joris moet hikken en ons daarna grijnzend aankijkt. ‘Wacht..ja..ja’ mompelt hij terwijl hij woest in al zijn zakken graait. Kurt kijkt me vragend aan en ik zwaai m’n voet voor Joris zijn gezicht. ‘Waar heb je het over? Dit is ernstig gast, wie weet liggen we hier over vijf minuten te spartelen in een cocktail van onze eigen lichaamssappen. Ze eten ons schuimbekkend en al op!’
Hij gaat onverstoorbaar verder tot er iets uit zijn kontzak valt. Hij raapt het op en lacht triomfantelijk  terwijl hij een wit envelopje omhoog houdt. “Grunge gaat nooit verloren!”
Natuurlijk!  Ik steek van opwinding snel een sigaret op terwijl Joris ongeduldig met zijn fietssleutel in het pakje roert. ‘Geen idee wat ze ons gevoerd hebben dus beter dat we een goede dosis antigif nemen...’ Zodra hij genoeg heeft opgegraven wordt zijn motoriek meer beheerst en bijna plechtig steekt hij de sleutel in z’n neus. Content gooit hij het pakje naar Kurt, wiens tegenzin van zijn gezicht af te lezen maar hij beseft dat dit niet het moment is om vast te houden aan principes. Hij gromt even, houdt het pakje op z’n zij en duwt een bestoven handpalm tegen zijn neus. Hij sluit even zijn ogen, haalt diep adem en zegt iets tegen zichzelf. Ik kan het niet verstaan maar neem de envelop van hem aan. Snel verdeel ik de rest van de envelop over mijn knokkels. De blinkende tegels echoën mijn gesnuif en er dwarrelt wat verdwaald poeder naar de koude vloer. De angst van eerder is nu verdwenen en met grimmige gezichten kijken we elkaar aan. 
"Melty geef me een sigaret!" Ik duw Kurt mijn laatste Lucky in de mond en zweetdruppels vormen op zijn voorhoofd terwijl ik hem ook een aansteker geef. We krabbelen half overeind en leunend tegen de muur gaan we naar uitgang. Kurt en ik barricaderen de deur terwijl Joris de flitser van zijn camera gereed houdt.  Kurt knikt, Joris steekt zijn hand in zijn broek. "Hij is ijskoud!" Meer hoef ik niet te weten, we zijn er zo klaar voor als dat we ooit zullen zijn. De deur vliegt open en Joris springt naar voren, camera eerst. Snel duiken Kurt en ik ook naar buiten om zijn flanken te dekken.

De verwachte confrontatie met de menigte blijft echter uit aangezien er niemand te zien is. De zaal die - zo leek het - net nog gevuld was met een vijandige menigte is nu helemaal leeg.
Als bevroren staan we daar, doodstil. Joris flitst eenmaal maar er verandert niets.

"Ik begin een patroon van futiliteit in al ons gedrag op deze avond te zien." Mijn constatering wordt met stilte bevestigd. Kurt is de eerste die zich beweegt “Volgens mij doen we er goed aan gewoon weg te gaan hier” zegt hij terwijl hij ons zacht doch dwingend naar voren schuift. Ook deze opmerking vindt geen weerspraak en knikkend begeven we ons naar de hoek waar de garderobe zou moeten zijn. Nog voordat we bij onze jassen aankomen merk ik al dat Joris steeds onrustiger begint te worden. Hij smakt hard en heeft het steeds over ‘hoe chill trekdrop wel niet zou zijn nu’. 

Het concluderende deel 4 is in behandeling

Geen opmerkingen: