Pagina's

woensdag 19 februari 2014

De Vorstin Gekroond - Deel 1

Dit verhaal stamt uit 2010 maar is nooit goed vertaald naar het geschreven woord, tot nu dan.


We have a go!” schreeuwt onze hoofdredacteur trots en slaat met zijn lauwe kop koffie op tafel. Deadstar doet dit doorgaands alleen bij het laatste Lady GaGa nieuws en bevlekt daarmee altijd de helft van de kopij die op zijn tafel rondslingert, vooral die van Kurt. Ik vraag me even af in hoeverre deze bruine vlekken het de eindredactie onmogelijk maken maar bedenk me dan dat diezelfde eenmansredactie al een jaar thuiszit met een muisarm. Verder niet belangrijk, we hebben een missie van nationaal belang! De Tagrijn, een poppodium in Hilversum dat als alternatief bastion in het Gooi had gediend, is na jaren van verbouwing herdoopt tot de Vorstin en gaat binnenkort weer open. Speakerheadz is het aan de maatschappij verplicht hier verslag van te doen.


Samen met Kurt en Joris vorm ik het Speakerheadz All-Stars team – Jelger is kaartjeblazen in de Drie Gezusters – dat de opening van dit nieuwe poppodium zou gaan bijwonen. Via zijn cokedealer had Joris het nummer gekregen van iemand die misschien wel voor een of twee gastenlijstplekken kon zorgen. Met zijn Purmerendse onderhandelingstechnieken maakte Deadstar hier gemakkelijk vier van. De eerder genoemde dealer was zelfs zo aardig ons erheen te brengen, onder voorwaarde dat we genoeg afnamen om in ieder geval de benzine te compenseren.

Als we dan toch vier plekken hebben neem die jongen dan ook mee naar binnen, komen jullie tenminste ook thuis.”

Joris knikte zeer enthousiast ja op dit voorstel van Deadstar maar Kurt en ik besloten dat het verstandiger is ondersteunend personeel buiten te laten. We hebben al een fles Famous Grouse voor de rit ingepakt en willen het lot niet tarten door ook nog eens een onbeperkte hoeveelheid drugs naar binnen te nemen. In de auto naar Hilversum is er spanning, Joris is het duidelijk niet helemaal eens met ons besluit maar heeft gelukkig een nieuwe camera bij zich om mee te spelen.
De rit verloopt voorspoedig en we arriveren exact op het moment dat de Famous leeg is. Onze chauffeur wenst ons een fijne avond en dringt aan dat we rustig aan doen.
Kurt kijkt de auto hoofdschuddend na en merkt terecht op: “Eerst ons 2 gram verkopen en vervolgens moeten we het rustig aan doen? Butje..” Voordat Joris hier op kan ingaan komt er een vrouwtje naar hem toelopen die ons erop wijst dat we voorbij het spoor mooie foto’s kunnen maken.
Voorbij het spoor? Zie je dan niet dat ER EEN TREIN OVER RIJDT?!!” brult Kurt en smijt de lege fles tegen de voorbijrazende trein aan. “Allemaal kak hier! KAK!!” roept hij het vrouwtje na terwijl zij dekking zoekt voor de rondvliegende glasscherven. Het is tijd om door te lopen.

We gaan snel de hoek om en lopen recht tegen een glazen gevaarte aan dat onze zintuigen even doet verstommen.
“Hier zou Escher nog hoofdpijn van krijgen” mompelt Joris, terwijl hij het knopje op zijn camera zoekt om de esoterische architectuur op juiste wijze vast te leggen. Ik probeer te bedenken waar de Vorstin op lijkt maar kom niet verder dan “stealth bommenwerper gevouwen om een discobol”. Kurt verzucht iets over ‘hoeveel dit nu weer heeft gekost’ en loopt hoofdschuddend verder. We komen er snel achter dat de mysterieuze uitstraling van het gebouw duidelijk ook effect heeft gehad op de omliggende buurt, gezien de bonte menigte voor de ingang. Verveelde jongeren met Uggs en senioren leunend op hun rollator versperren de weg en maar moeizaam kunnen we ons naar voren banen. 
Kurt raakt duidelijk geïrriteerd. “Fuck! Straks komen we te laat?!”
‘Huh, sluit de gastenlijst dan na een bepaalde tijd?’ vraag ik verschrikt. Kurt haalt zijn schouders op en kijkt een beetje vies. Onze hoofdredacteur had niets gezegd over een tijd die we moesten halen. “Ik weet het niet maar het zou niet de eerste keer zijn dat Deadstar belangrijke informatie verzwijgt. Weet je nog de vrijkaarten voor Black Mountain, Joris?”
Het Black Mountain debacle lag iedereen nog vers in het geheugen. Deadstar had zogenaamd vrije toegang voor twee geregeld bij de Paradiso maar toen Joris eenmaal aan de deur stond met zijn nieuwe spiegelreflex wisten ze daar van niks. Hiermee viel niet alleen het stuk maar ook nog eens een date in het water. Hij had een meisje van werk gevraagd hem te vergezellen naar het concert maar kreeg haar niet zover ‘dan maar in de Weber wat te drinken’. Na de bedenkingen van Kurt wordt dit verhaal opeens een stuk minder grappig.
Joris probeert nog het proces te versnellen door ‘landelijke pers!’ te roepen maar hierdoor lijken mensen alleen maar minder bereid aan de kant te gaan.

Onze angst is ongegrond. Al snel blijkt namelijk dat onze ‘gastenlijst’ evenveel waard is als de scherven van de whiskyfles, aangezien iedereen bij de ingang gewoon mag doorlopen. Dit doet af aan het exclusieve karakter waarover we ons zo hadden zitten opwinden in de auto. De norse portier baart me echter wel zorgen en uit voorzorg grijp ik Joris bij zijn camera en verstop ons achter Kurt. Hij heeft nog recent zijn furie kunnen koelen op de trein en kan met zijn hervonden rust het best onze dronkenschap verbergen. Deze truc - ter plekke gedoopt tot de Trojaanse Ezel - krijgt ons voorbij het laatste obstakel.
Opgelucht kruipen we achter Kurt vandaan terwijl een vriendelijke dame ons een glaasje oranjebitter aanbiedt. We nemen er elk twee. Naast de eerdere opmerkingen over de opmerkelijke dimensies van het gebouw kunnen we nu ook constateren dat de Vorstin van binnen groter is van buiten.
“Zwarte magie!” kraait een oude man vanachter zijn rollator en we begeven ons maar naar de garderobe.

Het begin van de avond verloopt zonder noemenswaardige incidenten. We komen er snel achter dat de opening voor de echte pers een dag eerder was maar deze onthulling komt op een punt dat we allang vrede hebben met de status van onze afvaardiging. Desondanks wil Joris de wethouder interviewen en mijn telefoon mag dienstdoen als dictafoon. Kurt gaat ondertussen op verkenningstocht. Ik vraag hem of het wel slim is uit elkaar te gaan. “Je weet hoe het gaat in slechte films en het scenario van deze avond is tot zover niet Oscar-waardig.”
“Ik wil graag weten welke nooddeuren niet op slot zitten,” zegt hij. “Het is fucking warm hier binnen en ik heb geen zin in verrassingen als een van deze oudjes straks spontaan ontvlamt.”
           
Het interview met de wethouder begint goed. Joris is net zolang lovend over het nieuwe poppodium tot het statige vrouwtje zich op haar gemak voelt en begint dan een meer kritische toon aan te slaan. Is de Vorstin wel te verenigen met het alternatieve karakter van de oude Tagrijn? Zal de nieuwe stijl invloed hebben op de selectie van steun die de gemeente geeft aan de diverse initiatieven? De wethouder lijkt te worstelen met het spervuur aan vragen en wordt daarnaast ongemakkelijk van de jongen die de dictafoon vasthoudt. Is hij nou aan het knipogen? Is dat een kusje? Wie zijn deze gasten?

Ze heeft er snel genoeg van, bedankt Joris voor ‘de kritische noot’ en verdwijnt in een groepje ballen dat de gratis wijn aan het keuren is. Joris draait zich en ik kan net op tijd weer mijn strakke gezicht op zetten. Vragend kijkt hij me aan en ik verklaar dat ze waarschijnlijk bang werd van zijn doortastendheid. “Hou dit vol Joris, ik denk dat als je hier een dieptereportage van maakt het nog wel eens groter dan Watergate kan worden!” Joris lijkt hier vrede mee te hebben en schiet wat plaatjes van het interieur. “Tent is wel chic hoor, ik zou hier niet zo snel met mijn grungebandje gaan spelen” merkt hij op. “Denk niet dat jullie hier überhaupt nog erg welkom zijn, deze plek is net zo alternatief als het Concertgebouw.” Voordat we kunnen doormijmeren over het verloren ziel van de rock in deze contreien komt Kurt aangesneld. “Kom mee, deze avond kan nog gered worden!”

We duiken achter het podium en gaan een paar trappen op. Na twee verdiepingen komen we aan bij een blanco deur en vertelt Kurt wat de prijs is. “Ik was op zoek naar de plee en liep hier maar naar binnen. Volgens mij is het de Vip bar want ze hebben gewoon booze en niet die pis van beneden.” Het is even stil voordat Joris en ik beginnen te lachen en we met z’n drieën tegelijk door de deur heen vallen.
Dezelfde apathie die we bij de entree vonden heerst gelukkig ook hier. De dame achter de bar stamelt dat dit eigenlijk voor ‘een select gezelschap is’ maar bekent snel dat ‘die wel erg lang op zich laten wachten’. We doen synchroon onze beste Prodentsmile en na vijf seconden geeft ze zich gewonnen. “Dan heb ik tenminste ook wat te doen!” en luidkeels prijzen we haar gezonde werkethos. Ze lijkt oprecht blij eindelijk publiek te hebben want ze schenkt de longdrinks vol met whisky. Nog even probeer ik me te bedenken wat we eigenlijk hebben gegeten maar al snel volgt het tweede glas en zijn dit soort vragen niet meer aan de orde.


- Deel 2 volgt snel, echt waar

Geen opmerkingen: